Tweede woning in box 3 in 2026: bijtelling eigen gebruik uitgelegd
Vanaf 2026 kan eigen gebruik van een tweede woning het werkelijke box 3-rendement verhogen. Lees wanneer dit geldt en hoe de twee rekenmethoden verschillen.

In dit artikel
Kort antwoord
Gebruik je in 2026 een tweede woning of andere onroerende zaak zelf, dan telt bij het werkelijke rendement in box 3 een bedrag voor dat eigen gebruik mee. Je mag kiezen tussen de economische huurwaarde en een vaste methode van 5,06% van de WOZ-waarde, naar rato van de dagen waarop de woning voor eigen gebruik beschikbaar was.
Deze regel speelt alleen wanneer je het werkelijke rendement doorgeeft. De Belastingdienst vergelijkt dat rendement met het forfaitaire rendement en gebruikt voor jou het voordeligste bedrag.
Wanneer geldt de bijtelling eigen gebruik?
De bijtelling kan gelden voor een tweede woning, vakantiewoning of andere onroerende zaak die je zelf gebruikt of beschikbaar houdt voor eigen gebruik. Het gaat niet alleen om dagen waarop je er daadwerkelijk verblijft. Ook een beschikbare maar leegstaande dag kan meetellen.
De bijtelling geldt niet voor dagen waarop de onroerende zaak:
- is verhuurd of verpacht;
- door bouw of verbouwing niet gebruikt kan worden;
- om een andere aantoonbare reden niet voor eigen gebruik beschikbaar is volgens de regels van de Belastingdienst.
Houd daarom per kalenderjaar bij welke dagen in welke categorie vallen.
Methode 1: economische huurwaarde
Je kunt de jaarlijkse economische huurwaarde gebruiken. Dat is de huur die onder normale omstandigheden voor een vergelijkbare woning zou kunnen worden gevraagd. Vergelijkbare verhuurde woningen of de Huurprijscheck kunnen helpen om die waarde te onderbouwen.
Deze methode kan aansluiten bij de feitelijke woning en locatie, maar vraagt ook om een verdedigbare waardering en documentatie.
Methode 2: 5,06% van de WOZ-waarde
Je mag ook kiezen voor 5,06% van de WOZ-waarde, vermenigvuldigd met het deel van het jaar waarin eigen gebruik mogelijk was. Voor 2026 gebruik je de WOZ-waarde met waardepeildatum 1 januari 2025.
De formule is:
5,06% × WOZ-waarde × dagen eigen gebruik / 365
Je mag per aangifte kiezen welke van de twee toegestane methoden je toepast. Bewaar de gegevens waarop de keuze en berekening zijn gebaseerd.
Rekenvoorbeeld
Stel dat de WOZ-waarde €300.000 is en de woning 240 dagen voor eigen gebruik beschikbaar was.
- Jaarbedrag: 5,06% × €300.000 = €15.180.
- Tijdsevenredig deel: €15.180 × 240 / 365 = ongeveer €9.982.
In dit vereenvoudigde voorbeeld is €9.982 de bijtelling voor eigen gebruik. Dit is nog niet de uiteindelijke box 3-belasting. Het bedrag wordt onderdeel van het totale werkelijke rendement, samen met andere inkomsten en waardeveranderingen.
Verhuur en eigen gebruik in hetzelfde jaar
Bij gemengd gebruik is een sluitende dagenadministratie belangrijk. Voor verhuurde dagen telt geen bijtelling eigen gebruik, maar ontvangen huur kan wel onderdeel zijn van het werkelijke rendement. Waardeveranderingen van de woning kunnen eveneens meetellen onder de huidige tegenbewijsregels.
Kosten zijn onder de huidige regels niet algemeen aftrekbaar. De Belastingdienst noemt uitzonderingen voor rente op een box 3-schuld en bepaalde investeringen die aantoonbaar in de WOZ-waarde zijn verwerkt.
Werkelijk rendement geldt voor je totale box 3-vermogen
Je kunt de vergelijking niet alleen voor de tweede woning maken. De Belastingdienst kijkt naar het werkelijke rendement over je totale box 3-vermogen. Rente, dividend, waardeveranderingen, schuldrente en het eigen gebruik van vastgoed komen in één totaal samen volgens de toepasselijke regels.
Bij werkelijk rendement geldt geen heffingsvrij vermogen. Is het totale werkelijke rendement negatief, dan wordt het voor dat jaar op nul gezet; onder de huidige tegenbewijsregeling kan het negatieve resultaat niet naar een ander jaar worden doorgeschoven.
Dit is niet hetzelfde als het voorgestelde stelsel voor 2028
De bijtelling voor 2026 hoort bij de huidige tegenbewijsregeling. Het wetsvoorstel voor 2028 kent een structureel systeem met andere regels voor kosten en verliesverrekening en een vermogenswinstbelasting voor vastgoed. Dat voorstel is nog niet definitief.
Praktische administratie
Bewaar ten minste:
- de WOZ-beschikking met de juiste waardepeildatum;
- verhuurcontracten en boekingsbevestigingen;
- een kalender met verhuur-, verbouwings- en eigengebruiksdagen;
- bewijs van een periode waarin de woning niet bruikbaar was;
- de onderbouwing van de economische huurwaarde als je die methode kiest;
- overzichten van huur, rente, schulden en waardeveranderingen.
Een berekening helpt om de twee uitkomsten te vergelijken, maar vervangt niet de bewijsstukken voor de aangifte.
Methodologie & betrouwbaarheid
11 aug 2026
Redactie van Belastbaar
Hoe deze pagina is opgebouwd
- Gebaseerd op de hieronder vermelde primaire overheidsbronnen.
- Feiten zijn gecontroleerd op de vermelde beoordelingsdatum.
- Voorstellen, geldende regels en vereenvoudigde voorbeelden worden apart benoemd.
Bronnen en verificatie
Lees ook
analysis4 min lezenBox 3 vanaf 2028: belasting over ongerealiseerde winst uitgelegd
Het voorgestelde box 3-stelsel belast in beginsel jaarlijkse inkomsten en waardeveranderingen, ook zonder verkoop. Dit is wat er wordt voorgesteld en waarom daar discussie over is.
income-tax3 min lezenBelastingplan 2026 definitief: wat veranderde er na Prinsjesdag?
Een praktische vergelijking van de Prinsjesdagvoorstellen en de aangenomen maatregelen voor 2026, inclusief de box 3-terugdraaiing en definitieve belastingschijven.
Terugblik op 17 dec 2025