Prinsjesdag 2026: de belastingvoorstellen voor 2027 uitgelegd
Een scherpe analyse van het Belastingplan 2027: lichte tariefstijgingen in box 1, de bevroren hervorming van box 3, lagere overdrachtsbelasting en de gevolgen per doelgroep.

In dit artikel
Wat staat er in het Belastingplan 2027?
Op 15 september 2026 presenteerde het kabinet het Belastingplan 2027 aan de Tweede Kamer. Waar Prinsjesdag traditioneel bol staat van de koopkrachtplaatjes, draait dit pakket vooral om gerichte fiscale bijsturing en budgettaire beheersing.
De belangrijkste voorstellen op een rij:
- een gerichte verhoging van de arbeidskorting om werken lonender te maken;
- een lichte stijging van de tarieven in de eerste twee schijven van box 1 (naar 36,23% en 38,16%);
- het voorlopig aanhouden van het nieuwe box 3-stelsel (de Wet werkelijk rendement met vermogensaanwas);
- een verlaging van de overdrachtsbelasting voor beleggers en tweede woningen van 8% naar 7%;
- fiscale stimulering van innovatie via een verruimde MKB-innovatiebox en versoepelde werknemersopties;
- verhogingen van gerichte heffingen, waaronder de belasting op leidingwater met 10 cent per m³.
Het is essentieel om te benadrukken dat dit voorstellen zijn. De parlementaire behandeling in de Tweede en Eerste Kamer start nu pas en duurt tot medio december 2026.
Inkomstenbelasting: schuiven tussen schijven en heffingskortingen
Het kabinet kiest ervoor om werken aantrekkelijker te houden door de arbeidskorting te verhogen. Tegelijkertijd worden de tarieven in de eerste twee schijven van box 1 verhoogd om het totale koopkracht- en begrotingspakket te financieren.
Voor belastingplichtigen onder de AOW-leeftijd veranderen de basistarieven:
| Schijf | Huidig tarief (2026) | Voorgesteld tarief (2027) | Verschil |
|---|---|---|---|
| Eerste schijf (tot ca. €38.883) | 35,75% | 36,23% | +0,48%-punt |
| Tweede schijf (tot ca. €78.426) | 37,56% | 38,16% | +0,60%-punt |
| Derde schijf (boven ca. €78.426) | 49,50% | 49,50% | Ongewijzigd |
Door de verhoging van de maximale arbeidskorting gaan werknemers met een modaal inkomen er onder de streep licht op vooruit. Voor niet-werkenden en AOW-gerechtigden zonder arbeidskorting pakt de stijging van de eerste schijf echter directer uit, tenzij gerichte toeslagen of de ouderenkorting het verschil opvangen.
Box 3: de geplande stelselwijziging in de ijskast
Het meest in het oog springende besluit op vermogensgebied is het voorlopig bevriezen van het wetsvoorstel Wet werkelijk rendement box 3.
Dit voorstel, dat per 1 januari 2028 een vermogensaanwasbelasting op aandelen en effecten wilde invoeren, stuitte op aanzienlijke bezwaren van belastingplichtigen, de Raad van State en de Eerste Kamer. Het heffen van belasting over ongerealiseerde koerswinsten (winst die nog op papier staat) en de uitvoerbaarheid bij de Belastingdienst bleken onoverkomelijke struikelblokken.
Het kabinet heeft de Eerste Kamer formeel gevraagd de behandeling aan te houden. Er komt vooralsnog geen novelle. In plaats daarvan wordt rond de Voorjaarsnota 2027 opnieuw gekeken naar een houdbare invulling, waarbij een zuivere vermogenswinstbelasting (heffing pas bij verkoop) nadrukkelijker op tafel ligt.
Wat betekent dit voor spaarders en beleggers?
Voor spaarders en beleggers verandert er op de korte termijn weinig aan de rekenmethode:
- de huidige overbruggingswet blijft voorlopig het uitgangspunt;
- de tegenbewijsregeling conform de arresten van de Hoge Raad blijft essentieel voor wie een lager werkelijk rendement behaalde;
- er is voorlopig geen acute dreiging van belasting over niet-verkochte koersstijgingen.
Woningmarkt en overdrachtsbelasting
Op het terrein van wonen zet het kabinet een opvallende stap: het algemene tarief van de overdrachtsbelasting voor woningen die niet als hoofdverblijf dienen daalt van 8% naar 7%.
Dit tarief geldt voor particuliere vastgoedbeleggers, kopers van een vakantiewoning en ouders die een woning voor een kind kopen. In 2024 lag dit tarief nog op 10,4%, waarna het kabinet het eerder terugbracht naar 8%. Met de verdere verlaging naar 7% wil het kabinet het investeringsklimaat in de particuliere huursector stimuleren en de nieuwbouw van middeldure huurwoningen aanjagen.
De startersvrijstelling (0% onder de geldende woningwaardegrens) en het reguliere 2%-tarief voor eigen bewoners blijven ongewijzigd van kracht. Woningcorporaties worden daarnaast vrijgesteld van overdrachtsbelasting wanneer zij onderling sociale huurwoningen overdragen.
Ondernemers, MKB en startups
Voor ondernemers brengt het Belastingplan 2027 zowel continuïteit als enkele gerichte stimulansen:
- Innovatiebox voor het MKB: De forfaitaire drempel stijgt van €25.000 naar €100.000. Hierdoor kunnen innovatieve MKB-bedrijven sneller en met minder administratieve lasten het verlaagde tarief van 9% in de vennootschapsbelasting toepassen.
- Werknemersopties: De fiscale behandeling van aandelenopties voor werknemers van startups en scale-ups wordt versoepeld. De heffing verschuift duidelijker naar het moment waarop de aandelen daadwerkelijk liquide en verhandelbaar zijn.
- Zelfstandigenaftrek: De eerder vastgelegde afbouw van de zelfstandigenaftrek loopt gestaag door richting de geplande €900.
Verbruiks- en milieubelastingen
Aan de lastenkant zoekt het kabinet dekking in gerichte verbruiksbelastingen:
- de belasting op leidingwater stijgt met 10 cent per kubieke meter (van 43,7 naar 53,7 cent per m³);
- het hoogste tarief van de gedifferentieerde vliegbelasting voor intercontinentale vluchten wordt genuanceerd om de concurrentiekracht van Schiphol te waarborgen;
- verhogingen van de industriële CO₂-heffing en de afvalstoffenbelasting worden enigszins getemperd om investeringsonzekerheid te beperken.
Het vervolgtraject in het parlement
Het Belastingplan 2027 is een startdocument. In oktober en november 2026 debatteert de Tweede Kamer over de voorstellen en kunnen fracties amendementen indienen die tarieven of dekkingsbronnen wijzigen. In december 2026 stemt de Eerste Kamer over het definitieve pakket.
Totdat de wet definitief is aangenomen en gepubliceerd in het Staatsblad, kunnen bedragen en voorwaarden wijzigen. Voor belastingberekeningen over 2026 gebruikt Belastbaar de definitieve, geldende wetgeving. Zodra de wetgeving voor 2027 definitief is vastgesteld, integreren wij de officiële tabellen direct in onze rekenmodellen.
Methodologie & betrouwbaarheid
16 sep 2026
Redactie van Belastbaar
Hoe deze pagina is opgebouwd
- Gebaseerd op de hieronder vermelde primaire overheidsbronnen.
- Feiten zijn gecontroleerd op de vermelde beoordelingsdatum.
- Voorstellen, geldende regels en vereenvoudigde voorbeelden worden apart benoemd.
Bronnen en verificatie
Lees ook
income-tax3 min lezenBelastingplan 2026 definitief: wat veranderde er na Prinsjesdag?
Een praktische vergelijking van de Prinsjesdagvoorstellen en de aangenomen maatregelen voor 2026, inclusief de box 3-terugdraaiing en definitieve belastingschijven.
Terugblik op 17 dec 2025
analysis4 min lezenBox 3 vanaf 2028: belasting over ongerealiseerde winst uitgelegd
Het voorgestelde box 3-stelsel belast in beginsel jaarlijkse inkomsten en waardeveranderingen, ook zonder verkoop. Dit is wat er wordt voorgesteld en waarom daar discussie over is.
income-taxHistorisch3 min lezenPrinsjesdag 2025: de oorspronkelijke belastingvoorstellen voor 2026
Een historisch overzicht van de belastingvoorstellen voor 2026, met een duidelijke update over wat het parlement later veranderde.
Terugblik op 16 sep 2025